NWA-LOSS

WP2.4 Fysische en chemische processen in bodemdaling door krimp van kleien

In een groot deel van de laaggelegen gebieden in Nederland zijn Holocene kleiafzettingen te vinden (naast organische afzettingen en veen). Dit zijn relatief ‘jonge’ afzettingen van klei en deze vervormen makkelijk, door bijvoorbeld het uitdrogen of vernatten van de klei, wat leidt tot krimp en zwel. Deze bodembeweging kan veel schade veroorzaken aan infrastructuur of woningen. In de recente droge zomers, bijvoorbeeld 2018, en de daaropvolgende herfst periodes waarbij de bodem vernat, is veel schade ontstaan. Daarnaast kan een deel van de krimp onomkeerbaar zijn. Dit proces draagt bij aan bodemdaling. Hierdoor vergroot de intensiteit en het risico van overstromingen en het risico op binnendringen van zout water in grond- en oppervlakte water.

Indicatie van de jonge Holocene kleiafzettingen in Nederland.

Indicatie van de jonge Holocene kleiafzettingen in Nederland.

Het verloop van de krimp en zwel laat zich moeilijk voorspellen. Hoewel er al veel onderzoek is gedaan naar de relatie tussen bijvoorbeeld het type klei en het krimp en zwel gedrag zijn er zoveel factoren die het gedrag beïnvloeden dat er nog geen manier is om krimpgedrag van natuurlijke klei-afzettingen te modelleren.

Het doel van dit onderzoek is het vaststellen van de sturende factoren van krimpgedrag van klei in Nederland. De resultaten stellen ons in staat om het gedrag van krimp en zwel van de bodem te voorspellen en de risicofactoren te identificeren. Daarvoor focust dit onderzoek zich op het bepalen van de bodemkenmerken die verband houden met het zwel- en krimpgedrag van klei. Ook wordt het kwantificeren van de onomkeerbare en omkeerbare krimp in relatie tot verschillende fysisch-chemische omstandigheden onderzocht.

Het eerste deel van het onderzoeksproject was gefocust op het ontwikkelen van een meetmethode die ons in staat stelt om het krimpgedrag van verschillende Nederlandse kleirijke afzettingen te beschrijven en de hoeveelheid omkeerbare en onomkeerbare krimp te kwantificeren. Op dit moment wordt het krimpgedrag van een grote variatie aan monsters gemeten met behulp van de opstelling.

Meer weten over dit onderzoek? Leest u dan verder op de Engelse website.

Onderzoekers
De promovendus die werkt aan project WP 2.4 is Bente Lexmond (Utrecht University, Physical Geography). De werkzaamheden zijn gestart in oktober 2020. Het project wordt begeleid door Esther Stouthamer (UU), Jasper Griffioen (TNO,UU) en Gilles Erkens (Deltares, UU).
E-mail: b.r.lexmond@uu.nl, LinkedIn: https://nl.linkedin.com/in/bente-r-lexmond

Artikelen

Populair wetenschappelijke artikelen en samenvattingen

Journal Papers

Conferences

Lexmond, B., Janssen, C., Erkens, G., Griffioen, J., & Stouthamer, E. (2024). Applicability of measured soil shrinkage characteristic curves to in-situ land movement monitoring data for expansive soils. Paper presented at the EGU General Assembly 2024, Vienna, Austria, 14–19 Apr 2024.

Lexmond, B.R., Hocking, C., Griffioen, J., Erkens, G., & Stouthamer, E. (2023). Quantifying shrinkage of natural clay samples with an automated high-frequency measurement set-up. Paper presented at InterPore2023, Edinburgh, Scotland.

Lexmond, B.R., Nijboer, M., De Boer, C., Griffioen, J., Erkens, G., & Stouthamer, E. (2023). Quantifying shrinkage of marine and fluvial clay deposits by means of soil-shrinkage curves. Paper presented at the Tenth International Symposium on Land Subsidence (TISOLS), Delft, Netherlands, 17-21 April 2023.